HRReport Belgium
Mensenrechtenrapport 2008: België
Inleiding
BUREAU OF DEMOCRACY, HUMAN RIGHTS, AND LABOR
2008 Country Reports on Human Rights Practices
25 februari 2009
Het Koninkrijk België telt ongeveer 10,5 miljoen inwoners en is een parlementaire democratie met een grondwettelijke monarch, die vooral een symbolische rol speelt. Het land is een federale staat met verschillende regeringsniveaus: nationaal, regionaal (Vlaanderen, Wallonië en Brussel), taalgemeenschap (Vlaams, Frans en Duits), provinciaal en plaatselijk. De ministerraad (het kabinet) onder leiding van de premier, vormt de regering van het land zolang deze het vertrouwen van de kamer van volksvertegenwoordigers in het tweekamerstelsel geniet. De federale parlementsverkiezingen die in 2007 werden gehouden en die door de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa werden opgevolgd, verliepen vrij en eerlijk. De burgerlijke overheden behielden globaal genomen een doeltreffende controle over de veiligheidstroepen.
De regering respecteerde over het algemeen de mensenrechten van de burgers en de wetgevende en juridische macht voorzagen in doeltreffende middelen waarmee individuele gevallen van misbruik konden worden aangepakt. Op het vlak van de mensenrechten werden de volgende problemen gemeld: overbevolkte gevangenissen, langdurige voorarresten, omstandigheden waarin volwassenen en kinderen werden opgesloten van wie de asielaanvragen waren geweigerd, geweld tegen vrouwen, kindermishandeling, mensenhandel en discriminatie op basis van ras en etnische afkomst op de arbeidsmarkt.
NALEVING VAN MENSENRECHTEN
Deel 1 Respect voor de integriteit van de persoon,waaronder het niet voorkomen van:
a. Willekeurige of onwettige levensberoving
Er werden geen gevallen gemeld van willekeurige of onwettige levensberovingen door de regering of haar vertegenwoordigers.
b. Verdwijning
Er werden geen gevallen gemeld van verdwijningen met een politiek motief.
c. Folteringen en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of straffen
De wet verbiedt zulke praktijken en er werden geen gevallen gemeld van regeringsambtenaren die deze praktijken zouden toepassen.
Omstandigheden in gevangenissen en detentiecentra
De gevangenissen en de detentiecentra voldeden aan de meeste internationale standaarden, hoewel de overbevolking een probleem bleef. In het land zijn ongeveer 10.000 gevangenen opgesloten in faciliteiten met een ontworpen capaciteit van 8.422 gevangenen. De regering vernieuwde enkele oudere faciliteiten, maar er werden nog steeds meer mensen opgesloten dan er nieuwe cellen werden bijgebouwd. De minister van justitie begon met de implementatie van het 2008-12 masterplan voor de bouw van zeven extra penitentiaire inrichtingen en de modernisering van de bestaande infrastructuur. Ongeveer 40% van alle gevangenen hadden een buitenlandse nationaliteit. Bijna de helft van hen zat in voorlopige hechtenis, in afwachting van hun proces. Door het grote aantal buitenlandse gevangenen zagen de autoriteiten zich verplicht om culturele problemen in de gevangenissen aan te pakken en gevangenen de mogelijkheid te bieden om hun geloof te belijden en om maaltijden te voorzien die aan de eisen van de verschillende religies beantwoordden. Een onafhankelijke centrale controleraad oefent toezicht uit op de gevangenissen.
In de loop van het jaar staakten de cipiers verscheidene keren om te protesteren tegen de overbevolking en de slechte arbeidsomstandigheden. In een aantal gevallen veroorzaakten de gevangenen zelf onrust en schade bij protestacties tegen hun levensomstandigheden.
De regering verleende aan parlementsleden en onafhankelijke mensenrechtenorganisaties toestemming om de gevangenissen te bezoeken. Die bezoeken vonden in de loop van het jaar dan ook plaats.
d. Willekeurige arrestatie of hechtenis
De wet verbiedt willekeurige arrestaties en opsluitingen. De regering respecteert globaal genomen dit verbod.
Rol van de politie en de veiligheidsdiensten
De federale politie was verantwoordelijk voor de binnenlandse veiligheid en rust en orde in het hele land. De lokale politie beschikte over eenheden in 196 politiedistricten. Een onafhankelijk comité (Comité P) oefende toezicht uit op de activiteiten van de politie en stelde daarover een jaarverslag op voor het parlement. In zijn jaarverslag over 2007 noteerde de eigen inspectiedienst van de federale politie een toename van druggerelateerde misdrijven door jonge politieofficieren.
Het Comité P, de federale en de lokale politie ontvingen in 2007 in totaal 6.244 klachten over het optreden van de politie. In het jaar voordien leidden soortgelijke klachten tot 779 disciplinaire sancties tegen politieofficieren. De klachten hadden betrekking op discriminerend gedrag, brutaal optreden, racisme, verzuim om een interventie uit te voeren, inbreuk op de privacy en willekeurige hechtenis. In het verslag stond te lezen dat rechtbanken vaak mild waren voor politieofficieren die als beschuldigden werden gedagvaard.
Arrestatie en opsluiting
De grondwet stelt dat iemand alleen kan worden gearresteerd als hij op heterdaad wordt betrapt of bij rechterlijk bevel dat binnen 24 uur ten uitvoer wordt gebracht. De wet bepaalt dat een persoon in hechtenis het recht heeft op een snelle gerechtelijke bepaling van de wettelijkheid van zijn of haar hechtenis. De autoriteiten respecteerden in de meeste gevallen dit recht. Gedetineerden werden snel op de hoogte gebracht van de feiten die hen ten laste werden gelegd. In België wordt een systeem van borgtocht gehanteerd. Tussen januari en oktober kwamen naar schatting 9.600 gevangenen in aanmerking voor alternatieve straffen (d.w.z. gemeenschapsdienst). Nog 700 andere veroordeelden zaten hun straf buiten de gevangenis uit onder elektronisch toezicht.
De wet voorziet in rechten voor gevangenen met betrekking tot disciplinaire kwesties, correspondentie, telefoongesprekken en geloofsbelijdenis. Gevangenen ontvingen brochures waarin ze op de hoogte werden gebracht van hun rechten. In de loop van het jaar werden de nieuw opgerichte uitvoeringsrechtbanken verantwoordelijk voor de behandeling van vrijlatingen, penitentiair verlof en elektronisch toezicht. In 2007 werden nieuwe wetten van kracht die een betere bescherming boden voor overtreders met mentale stoornissen en de regering implementeerde plannen om meer van die gevangenen buiten de gevangenissen te behandelen. De wet verleent de autoriteiten de bevoegdheid om gevangenen ook na afloop van hun gevangenisstraf in hechtenis te houden als de rechtbank beslist dat hun vrijlating een gevaar betekent voor de maatschappij.
Volgens cijfers uit 2007 bestond 35% van de volledige gevangenisbevolking uit mensen die op hun proces wachtten. De gemiddelde duur van de voorlopige hechtenis bedroeg 90 dagen.
e. Weigering van eerlijk openbaar proces
De grondwet en de wet voorzien in een onafhankelijke rechterlijke macht. In de praktijk respecteerde de regering deze bepaling in de meeste gevallen.
Gerechtelijke onderzoeksprocedures
De grondwet voorziet in het recht op een eerlijk proces. Een onafhankelijke rechterlijke macht zag meestal toe op de naleving van dit recht. Alle beklaagden worden verondersteld onschuldig te zijn en hebben het recht om aanwezig te zijn, om (indien nodig op kosten van de gemeenschap) een beroep te doen op verdediging, met getuigen te worden geconfronteerd, bewijzen voor te leggen en tegen een uitspraak in beroep te gaan.
Rechters van jeugdrechtbanken beschikken over een hele reeks opties voor bemiddeling en de veroordeling van jonge overtreders. Jonge overtreders die ernstige misdaden begaan, kunnen voor een gewone rechtbank voor volwassenen worden gebracht, maar in dat geval zijn er wel jeugdrechters aanwezig. Zulke overtreders kunnen tot een leeftijd van 23 jaar in speciale jeugdgevangenissen worden opgesloten.
De wet laat rechtspraak toe over oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid buiten het nationale grondgebied wanneer het slachtoffer of de dader een burger is van het land of in het land verblijft. Op 24 mei arresteerde de politie Jean-Pierre Bemba, de leider van de Beweging voor de Bevrijding van Congo en voormalig vicepresident van Congo, nadat het Internationale Gerechtshof een arrestatiebevel had uitgevaardigd. Hij werd beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Op 3 juli werd hij naar Den Haag overgebracht.
Politieke gevangenen en gedetineerden
Er waren geen rapporten van politieke gevangenen of gedetineerden.
Burgerrechterlijke procedures en rechtsmiddelen
Voor burgerlijke rechtszaken bestaat er een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke macht. Eisers kunnen in het kader van de bestaande wetgeving ter bestrijding van de discriminatie individueel of via gespecialiseerde mensenrechtenorganisaties een schadevergoeding eisen.
f. Willekeurige inmenging in privacy, gezin, huis of correspondentie
De grondwet en de wet verbieden dit soort acties en in de praktijk respecteerde de regering dit verbod in de meeste gevallen. De Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer hield toezicht op kwesties die verband houden met de privacy en adviseerde de bevoegde autoriteiten over zulke zaken.
Deel 2 Respect voor burgerlijke vrijheden, met inbegrip van:
a. Vrijheid van meningsuiting en persvrijheid
De grondwet en de wet voorzien in de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid. In de praktijk respecteerde de regering die rechten in de meeste gevallen. Een onafhankelijke pers, een doeltreffende rechterlijke macht en een goed werkend democratisch politiek systeem stonden samen garant voor de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid.
De wet verbiedt publieke verklaringen die kunnen leiden tot nationale, raciale of religieuze haat, met inbegrip van de ontkenning van de Holocaust. Op de ontkenning van de Holocaust staat een maximale gevangenisstraf van één jaar. In juni werden twee mensen veroordeeld tot één jaar gevangenis en een boete van 24.789 euro en werden ze hun burger- en politieke rechten ontnomen omdat ze langdurig de Holocaust in brochures en folders hadden ontkend.
Individuele personen konden in het openbaar en in privékringen kritiek uitoefenen op de regering zonder dat ze daarvoor represailles hoefden te vrezen. De regering ondernam geen pogingen om kritiek te verhinderen.
Vrijheid op het internet
De regering legde geen beperkingen op in verband met de toegang tot het internet. Er werden ook geen gevallen gemeld waarin de regering toezicht uitoefende op het e-mailverkeer of de activiteiten in chatrooms op het internet. Individuele personen en groepen konden hun meningen op een vreedzame manier kwijt op het internet of via e-mail. Samen met de regering ontwikkelde Child Focus, een door de regering gesponsord centrum voor vermiste en seksueel uitgebuite kinderen, programma’s om surfers tegen websites met een onwettige inhoud en dan voornamelijk kinderporno te waarschuwen.
Zestig procent van alle gezinnen beschikte over een internetaansluiting.
Academische vrijheid en culturele evenementen
De regering legde op het vlak van de academische vrijheid of culturele evenementen geen beperkingen op.
b. Vrijheid van vreedzame samenkomsten en vereniging
De grondwet en de wet voorzien in vrijheid van samenkomst en vereniging en over het algemeen eerbiedigde de regering dat recht in de praktijk.
c. Godsdienstvrijheid
De grondwet en de wet voorzien in godsdienstvrijheid. In de meeste gevallen eerbiedigde de regering dat recht.
De wet ‘erkende’ zes godsdiensten en een groepering van niet-confessionele filosofische of seculaire organisaties. Deze ontvingen allemaal subsidies van de federale en regionale regeringen. Het ontbreken van een erkende status weerhield andere religieuze groepen er echter niet van om hun godsdienst op een vrije manier te belijden. De meeste burgers beleden hun godsdienst zonder dat ze daarvoor door de overheid werden lastiggevallen of zonder dat hen dat door de overheid werd belet.
Tussen de aanhangers van Scientology en de regering daarentegen bleven de verhoudingen gespannen. In september 2007 gaf de federale openbare aanklager een officiële verklaring vrij waarin hij te kennen gaf dat hij zijn onderzoek tegen leden van de Scientologykerk en geaffilieerde non-profit organisaties had afgerond en dat hij het dossier aan de kamer van inbeschuldigingstelling had overhandigd. Deze instantie moest bepalen of er voldoende bewijsmateriaal bestaat om een vervolging in te stellen. In het kader van het onderzoek werden het vermeende gebruik van vervalste documenten, verduistering en schendingen van de privacywetgeving onderzocht. Op 25 april liet de instantie weten dat de Belgische tak van de kerk het voorwerp was van een nieuw rechterlijk onderzoek. De afdeling werd aangeklaagd voor de rekrutering van vrijwilligers onder het voorwendsel dat ze een arbeidsovereenkomst zouden krijgen. In geen van beide zaken was op het einde van het jaar al een oordeel geveld.
In de loop van het jaar ontving het secretariaat van de Boeddhisten zijn eerste subsidies als ‘non-confessionele’ filosofische gemeenschap die in aanmerking komt voor staatssteun.
In 2007 ontving het Informatie- en Adviescentrum inzake schadelijke sektarische organisaties (IACSSO), een agentschap dat door de minister van justitie werd gefinancierd en niet-bindend advies verstrekt aan het publiek en openbare instellingen, honderden aanvragen voor informatie over specifieke groeperingen. Het IACSSO stelde een opmerkelijke stijging van het aantal bezoeken aan zijn website en het aantal vragen over fysiek welzijn en therapeutische organisaties vast.
Op 25 juni verscheen voor het eerst een vrouw met een hoofddoek als getuige in het hoogste gerechtshof van het land. (De rechterlijke code bepaalt dat al wie een zitting van het hof bijwoont, blootshoofds moet zijn.)
In juli oordeelde een rechter aan het hof van eerste aanleg dat een schooldirectie het recht op religieuze vrijheid van vier Sikh leerlingen had geschonden toen ze de kinderen had bevolen om hun tulband op school af te zetten.
De politie viel op 18 oktober twee Sikh tempels binnen in het kader van een onderzoek naar mensenhandel. Ze vonden daar 49 mensen zonder papieren, die waarschijnlijk door mensenhandelaars naar het Verenigd Koninkrijk of een ander land in Europa zouden worden gebracht. De verenigde organisatie van Sikhs protesteerde hevig in de pers over het vermeende gebrek aan respect dat de politie tijdens de raid aan de dag had gelegd voor een Sikh ceremonie die op dat moment aan de gang was.
Maatschappelijke misbruiken en discriminatie
De Joodse gemeenschap in België telt naar schatting 40.000-50.000 leden. Het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding telde in 2007 66 antisemitische incidenten. In de loop van het jaar was wel een opvallende stijging te zien van haatberichten op het internet. Bovendien werden er gevallen gemeld van antisemitische graffiti op Joodse woningen en beledigingen van Joden op straat.
De wet verbiedt publieke verklaringen die kunnen leiden tot nationale, raciale of religieuze haat, met inbegrip van de ontkenning van de Holocaust (zie deel 2.a.).
Er werden in de loop van het jaar ook incidenten tegen moslims gemeld, maar over de omvang hiervan waren geen gegevens beschikbaar.
Een meer gedetailleerde bespreking vindt u in het 2008 International Religious Freedom Report op www.state.gov/g/drl/irf/rpt.
d. Bewegingsvrijheid, ontheemden, bescherming van vluchtelingen en staatlozen
De grondwet en de wet voorzien in bewegingsvrijheid binnen het land, de vrijheid om naar het buitenland te reizen, te emigreren en om naar het vaderland terug te keren. In de meeste gevallen respecteerde de regering deze rechten in de praktijk. De regering werkte samen met het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties en andere humanitaire organisaties om bescherming en bijstand te bieden aan vluchtelingen, asielzoekers, staatlozen en andere mensen die hulp nodig hadden.
De wet verbiedt gedwongen verbanning en de regering paste die maatregel ook niet toe.
Bescherming van vluchtelingen
De wet voorziet in de toekenning van de status van asielzoeker of vluchteling in overeenstemming met de VN Conventie van 1951 met betrekking tot de status van vluchtelingen en het protocol uit 1967. De regering heeft een systeem ingevoerd dat bescherming biedt aan vluchtelingen. De regering kende de status van vluchteling of asielzoeker toe. In de praktijk bood de regering bescherming tegen de uitwijzing of terugkeer van vluchtelingen naar landen waar hun leven of vrijheid in gevaar konden komen. In 2007 werd deze bescherming aan 279 vluchtelingen geboden. De meesten van hen waren afkomstig van Irak, Somalië en Afghanistan. In 2007 dienden 11.115 vluchtelingen een asielaanvraag in – het laagste aantal sinds 2000. De immigratiediensten schreven in de loop van het jaar 12.252 aanvragen in. 28,3% van de onderzochte aanvragen werden aanvaard. De meeste aanvaarde vluchtelingen waren afkomstig van Rusland, Irak, Guinee, Servië en Rwanda. In de loop van 2007 werd een wet van kracht waardoor de overheden ‘aanvullende bescherming’ konden bieden aan vluchtelingen die niet onder de conventie van 1951 vielen, maar die konden aantonen dat ze bij hun terugkeer in hun thuisland tot de dood zouden kunnen worden veroordeeld of aan folteringen of andere onmenselijke behandelingen zouden kunnen worden blootgesteld. Die vluchtelingen kunnen een beroep doen op materiële hulp en hebben toegang tot de arbeidsmarkt. In de loop van het jaar kwamen 352 aanvragers – van wie de meesten van Irak afkomstig waren – in aanmerking voor ‘aanvullende bescherming'.
Regularisatie wegens een onbehoorlijk lange aanvraagperiode, wegens dringende humanitaire redenen of wegens medische redenen werd in 2007 verleend aan 11.335 aanvragers, onder wie 555 minderjarige en 4.326 volwassen aanvragers (tot mei 2008). Omdat het Commissariaat voor Vluchtelingen en Staatloze Personen het controleproces had ingekort, verbleven aanvragers voor een vluchtelingenstatus meestal in overbevolkte gespecialiseerde centra in plaats van woningen die door de plaatselijke overheden ter beschikking werden gesteld. Die nationale centra werden beheerd door FEDASIL, een overheidsdienst, en hadden een totale capaciteit van 15.800 mensen. In 2007 werd een nieuwe wetgeving voor vluchtelingen van kracht, waardoor vluchtelingen die vier maanden in een collectief opvangcentrum hadden verbleven, in aanmerking kwamen voor een autonoom leven, waardoor ze die collectieve centra konden verlaten. De nieuwe wetgeving voorziet ook in sociale, medische, psychologische en juridische bijstand voor vluchtelingen.
Erkende vluchtelingen konden bezoldigd werk uitvoeren. Als zijn aanvraag werd geweigerd, kon de vluchteling toch nog altijd in aanmerking komen voor materiële bijstand.
Minderjarige asielzoekers zonder begeleiding werden naar speciaal voor hen voorziene centra doorverwezen. Iedere afzonderlijke aanvrager werkte rechtstreeks met een voogd, wiens taak het was om tijdens het aanvraagproces de nodige bijstand te verlenen. Van aanvragers in de schoolgaande leeftijd werd verwacht dat ze naar school gingen.
Geweigerde asielzoekers werden schriftelijk of persoonlijk op de hoogte gebracht van de verschillende scenario’s voor repatriëring waaruit ze konden kiezen. De regering voorzag, in samenwerking met de Internationale Organisatie voor Migratie, bijstand voor afgewezen asielzoekers die ermee instemden om naar hun land van herkomst terug te keren. Afgewezen aanvragers die het land niet vrijwillig verlieten, konden verplicht worden gerepatrieerd. In 2007 werden 8.745 geweigerde asielzoekers gerepatrieerd, onder wie 2.592 onder de auspiciën van IOM. Dit betekende een scherpe daling van de cijfers in vergelijking met 2006. Dit was voornamelijk toe te schrijven aan de onwil van andere landen om hun terugkeer te aanvaarden en de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de Europese Unie. Non-gouvernementele organisaties (ngo’s) klaagden de slechte levensomstandigheden in de gesloten centra voor geweigerde asielzoekers aan. Tegen het einde van het jaar begon het ministerie van immigratie met de implementatie van een beslissing om individuele woningen te voorzien voor geweigerde gezinnen met kinderen.
In de loop van het jaar zochten vele tientallen asielzoekers die illegaal in het land verbleven nadat hun aanvraag was geweigerd, toevlucht in kerken, voerden ze hongerstakingen en klommen ze in torenkranen om de aandacht van het publiek op hun toestand te vestigen. De minister van immigratie verklaarde in de loop van het jaar herhaaldelijk dat asielzoekers een aanvraag konden indienen om hun status om humanitaire of medische redenen te regulariseren.
Deel 3 Respect voor politieke rechten: Het recht van de burgers om hun regering te veranderen
De grondwet voorziet in het recht van de burgers om hun regering op een vreedzame manier te veranderen. Burgers van 18 jaar en ouder oefenden dit recht uit via periodieke, vrije en eerlijke verkiezingen op basis van het algemene stemrecht. Burgers moeten verplicht hun stem uitbrengen. Wie niet stemt, kan een nominale boete opgelegd krijgen.
Verkiezingen en deelname aan de politiek
In juni 2007 werden algemene verkiezingen georganiseerd. Ze werden als vrij en eerlijk beschouwd. Politieke partijen konden onbelemmerd en zonder inmenging van buitenaf actief zijn.
De grondwet eist de aanwezigheid van mannen en vrouwen en de wet eist dat er bij Europese, federale, regionale, provinciale en plaatselijke verkiezingen evenveel mannelijke als vrouwelijke kandidaten op de kieslijsten staan. Indien niet aan deze wettelijke bepalingen wordt voldaan, worden de verkiezingen nietig verklaard en wordt de regering die op basis van die verkiezingen werd samengesteld, als illegaal beschouwd.
In mei bezocht een onderzoeksgroep van de Raad van Europa het land en ondervroeg de overheden over de zaak van drie Franstalige burgemeesters van Vlaamse gemeenten in de Brusselse rand, die niet werden benoemd door de regionale Vlaamse minister van binnenlandse zaken omdat ze tijdens de gemeentelijke verkiezingscampagne van 2006 de heersende taalwetgeving zouden hebben overtreden. De plaatselijke Franstalige politici voerden aan dat de taalwetten in die gemeenten een inbreuk vormden op het grondwettelijk beschermde vrije gebruik van taal in het land.
In de kamer van volksvertegenwoordigers bezetten vrouwen 56 van de 150 zetels. In de senaat bedroeg het aantal vrouwen 29 op een totaal van 71. Zes van de 22 ministers en staatssecretarissen van het federale kabinet waren vrouwen. Bij de 33 regionale ministers telden we 11 vrouwen.
In de kamer van volksvertegenwoordigers waren vijf leden van minderheden. In de senaat waren er drie en in de regionale regeringen twee vertegenwoordigers van minderheden.
Transparantie en corruptie bij de regering
De wet voorziet in strafrechtelijke sancties voor corruptie door ambtenaren. De regering implementeerde die bepalingen in de meeste gevallen op een doeltreffende manier. Volgens de Worldwide Governance Indicators van de Wereldbank was corruptie geen groot probleem. Verkozen functionarissen en hooggeplaatste staatsambtenaren moeten regelmatige werkzaamheden in de privésector of openbare functies die ze vervullen, openbaar maken. Ze moeten ook hun financiële toestand op een vertrouwelijke manier bekendmaken.
In juni moest de politiecommissaris van Charleroi ontslag nemen na beschuldigingen van corruptie. In de loop van 2007 werden 12 staatsambtenaren en 25 privéaannemers beschuldigd van actieve en passieve corruptie in verband met opdrachten voor de openbare bouwsector. Dit leidde tot de benoeming van een nieuwe leiding voor de federale dienst die bevoegd is voor de gebouwen.
Op enkele uitzonderingen na, bijvoorbeeld materiaal over de nationale veiligheid, bood de regering onbeperkte toegang tot overheidsinformatie.
Deel 4 Houding van de regering ten opzichte van internationale en niet-gouvernementele onderzoeken van vermeende schendingen van de mensenrechten
Er waren een groot aantal binnenlandse en internationale mensenrechtenorganisaties actief in het land. Ze werden in de meeste gevallen niet in hun activiteiten belemmerd door de regering en konden gevallen van mensenrechten onderzoeken en hun bevindingen daarover publiceren. Regeringsambtenaren werkten meestal mee en reageerden op hun standpunten.
Deel 5 Discriminatie, maatschappelijke misbruiken en mensenhandel
De wet verbiedt discriminatie op basis van ras, geslacht, invaliditeit, taal of sociale status. In de meeste gevallen hield de regering toezicht op de naleving van deze wetten. Geweld tegen vrouwen, kindermishandeling, mensenhandel en geweld tegen minderheden vormden wel een probleem.
In 2007 werden in het parlement drie wetten goedgekeurd die in de plaats kwamen van eerdere wetgeving ter bestrijding van racisme en discriminatie. Hiermee werd de wetgeving van het land op één lijn gebracht met de richtlijnen van de Europese Unie. Een van de wetten identificeerde 18 mogelijke motieven voor discriminatie, die conform de wet kon worden bestraft: leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, financiële toestand, religieuze overtuiging, filosofische instelling, fysieke conditie, handicap, fysieke kenmerken, genetische kenmerken, sociale status, nationaliteit, ras, huidskleur, afstamming, nationale herkomst en etnische herkomst. Een afzonderlijke wet verving de wet tegen discriminatie op basis van geslacht op de werkvloer van 1999.
Vrouwen
Verkrachting, inclusief verkrachting tussen echtgenoten, is illegaal. Deze gevallen werden door de regering vervolgd. In 2007 noteerde de federale politie 2.933 gevallen van verkrachting. Het jaar voordien waren dat er nog 3.045 geweest. Een veroordeelde verkrachter kan minimaal tot 10 jaar en maximaal levenslang worden opgesloten. De lengte van de gevangenisstraf wordt bepaald door de leeftijd van het slachtoffer, het leeftijdsverschil tussen de dader en het slachtoffer, de relatie tussen de dader en het slachtoffer en de vraag of er bij de misdaad al dan niet geweld werd gebruikt.
Huiselijk geweld tegen vrouwen, ook binnen het huwelijk, bleef een probleem. Naar verluidt is één op vijf vrouwen ooit al het slachtoffer geweest van huiselijk geweld. In 2007 telde de federale politie 16.254 gevallen van geweld tussen echtgenoten, in vergelijking met 15.466 het jaar voordien. De politie registreerde 26.404 gewelddaden binnen het bredere familiekader. De wet omschrijft huiselijk geweld, stelt het strafbaar en voorziet in boetes en opsluiting. In het kader van een klacht over huiselijk geweld laat de wet de politie toe om zich toegang te verschaffen tot een woning zonder dat het gezinshoofd daarvoor toestemming heeft verleend. Er waren echter klachten dat de politie dit vaak niet deed.
Er was een actieplan voor de aanpak van huiselijk geweld van kracht en de regionale regeringen droegen formeel bij tot deze inspanningen. De politie en de aanklagers registreerden alle klachten en ondernamen officiële acties in verband met huiselijk geweld.
Slachtoffers van huiselijk geweld konden terecht in een aantal door de regering ondersteunde opvanghuizen verspreid over het hele land. Er werden voor die slachtoffers ook telefonische hulplijnen voorzien. Veel opvanghuizen boden niet alleen onderdak, maar ook bijstand in juridische kwesties, werkgelegenheid en psychologische begeleiding voor beide partners.
Het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen verklaarde dat het een schadevergoeding zou eisen in de zaak van een Pakistaanse vrouw die in het kader van een eremoord was vermoord ten gevolge van een mislukt gearrangeerd huwelijk.
Prostitutie is legaal. De wet verbiedt wel de organisatie van prostitutie of hulp bij immigratie van mensen die in de prostitutie aan het werk zullen worden gezet. Er waren berichten dat vrouwen en meisjes in het kader van mensenhandel naar het land werden gebracht om er in de prostitutie te werken. Er werden een aantal arrestaties verricht en een aantal veroordelingen in verwante zaken uitgesproken.
De wet verbiedt discriminatie omwille van geslacht, zwangerschap, moederschap of verandering van geslacht. De wet verbiedt ook seksuele intimidatie in de arbeidsverhoudingen en in de toegang tot goederen, diensten, sociaal welzijn en gezondheidszorg. Er bestaat een afzonderlijke wetgeving voor ongewenste intimiteiten op de werkvloer en in de meeste gevallen laat de regering die ook toepassen. Een slachtoffer van ongewenste intimiteiten op de werkvloer kan een schadevergoeding eisen in een rechtbank. Slachtoffers van ongewenste intimiteiten hebben het recht om de daders te laten vervolgen en een schadevergoeding te eisen, maar de meeste gevallen van ongewenste intimiteiten werden op een minder formele manier afgehandeld.
Vrouwen genieten dezelfde wettelijke rechten als mannen, met inbegrip van rechten in het kader van het familierecht, het eigendomsrecht, in het gerechtelijke apparaat, in de arbeidsrelaties en in de bescherming door de sociale zekerheid. Het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, een instelling die onder de bevoegdheid van de federale regering valt, heeft de taak om de gelijkheid tussen beide geslachten te bevorderen. Het is bevoegd om rechtszaken aan te spannen als het meent dat de wetten op de gelijkheid werden overtreden.
In de loop van het jaar begon de regering met de implementatie van de gelijkheidswet voor mannen en vrouwen van 2007. Deze wet verplicht de overheden om geslachtsaspecten te behandelen bij het opstellen van plannen, het verzamelen van gegevens, het opstellen van begrotingen, het gunnen van contracten en het opstellen van rapporten.
Aan de economische discriminatie van vrouwen werd nog geen einde gemaakt. Een enquête die in de loop van het jaar door verscheidene ministeriële departementen werd uitgevoerd, toonde aan dat vrouwen met een contract in de openbare sector gemiddeld 90% verdienen van het loon van hun mannelijke collega’s. Bij vast benoemde ambtenaren lagen de lonen wel op hetzelfde niveau. In de privésector verdienden vrouwen 70% van het gemiddelde loon van mannen bij de bedienden en 79% bij de arbeiders. De discriminatie was het grootst bij oudere werknemers en in de hogere looncategorieën. Doordat een relatief hoger percentage vrouwen een parttime baan heeft en in lagere looncategorieën werkt, was de eigenlijke loonkloof tussen mannen en vrouwen nog groter.
Met behulp van de wetgeving en decreten probeerden federale en regionale overheden meer vrouwen in de directieraden van openbare ondernemingen en overheidsinstellingen te krijgen. Gegevens van het European Professional Women's Network toonden aan dat vrouwen slechts 5,8% van de plaatsen in de directieraden van de toonaangevende bedrijven in het land bezetten.
Kinderen
De regering leverde de nodige inspanningen op het vlak van de rechten en het welzijn van kinderen. In de loop van het jaar paste het parlement de grondwet aan, waardoor kinderen hun stem mogen laten horen in kwesties die hen aangaan en waardoor ze recht hebben op de nodige maatregelen en diensten voor hun persoonlijke ontwikkeling. Door dit amendement kwam de grondwet van het land op één lijn te liggen met het Verdrag inzake de rechten van het kind van de VN.
Er waren meldingen van gevallen van kindermishandeling. In 2007 registreerde de federale politie 1.996 gevallen van kinderverwaarlozing en mishandeling. Het jaar voordien waren er nog 2.145 gevallen geregistreerd.
De wet voorziet in de bescherming van de jeugd tegen seksuele uitbuiting, ontvoering en mensenhandel en legt zware boetes op voor kinderporno en het bezit van pedofiel materiaal. De wet laat de vervolging toe van vaste inwoners die soortgelijke misdaden in het buitenland plegen en voorziet in een verplichte gespecialiseerde behandeling van misdadigers die veroordeeld zijn voor het seksuele misbruik van kinderen voordat ze voorwaardelijk vrij kunnen komen. De wet voorziet ook dat ze na hun vrijlating nog altijd moeten worden begeleid en behandeld. In 2007 behandelde de ngo Child Focus 247 gevallen van seksuele mishandeling. De organisatie ging ook door met 'stopchildporno.be', een sensibiliseringscampagne voor het publiek die over het internet wordt gevoerd. Child Focus ontving 2.790 berichten van kinderporno op het internet en stuurde relevante gevallen door naar de gespecialiseerde eenheden van de federale politie.
Volgens de officiële cijfers onderzocht de federale politie in 2007 375 gevallen van kinderporno. In samenwerking met Europol en Eurojust werden internationale netwerken opgerold die in verschillende landen actief waren. In verschillende Belgische gevallen spraken rechters gevangenisstraffen uit voor het downloaden van kinderporno.
Child Focus meldde dat het in 2007 3.555 gevallen van verdwenen kinderen had behandeld, waarin 3.739 kinderen waren betrokken. De helft van de weggelopen kinderen keerde binnen 48 uur naar huis terug. Het centrum behandelde 36 gevallen van ontvoering door een derde. Child Focus behandelde dat jaar ook 451 gevallen van ontvoering door ouders. Hierbij waren 623 kinderen betrokken. In 232 van de gevallen (331 kinderen) werden de betreffende kinderen naar het buitenland ontvoerd.
In de loop van het jaar stelde Child Focus samen met de Koning Boudewijnstichting de eerste volledige studie op over het stijgende aantal kinderen die via een GSM en het internet werden gecontacteerd voor seksuele doeleinden en over de kinderen die op die verzoeken ingingen.
Na een kritisch rapport van een commissie van het Europese Parlement kondigde de regering aan dat minderjarigen zonder begeleiding die aan de grens werden tegengehouden, niet langer in gesloten centra, maar in gespecialiseerde observatie- en oriëntatiecentra zouden worden opgenomen. Minderjarigen die samen met hun ouders werden vastgehouden, hadden toegang tot geïndividualiseerd onderwijs.
Mensenhandel
De wet verbiedt iedere vorm van mensenhandel. België is evenwel een doorvoerland voor mannen, vrouwen en meisjes die voor economische doeleinden en seksuele uitbuiting worden verhandeld. Volgens de CEOOR en binnenlandse ngo’s die met slachtoffers van de mensenhandel samenwerkten, waren de meeste vrouwen en meisjes afkomstig van Nigeria, Rusland, Albanië, Bulgarije, Roemenië en de Chinese Volksrepubliek. Sommigen van hen werden via België naar andere Europese landen, zoals het Verenigd Koninkrijk gebracht. Mannelijke slachtoffers werden naar België gebracht om te worden uitgebuit in restaurants, bars, sweatshops en op bouwwerven.
De wet stelt het werven, vervoeren, doorvoeren, huisvesten en toevertrouwen van mensen aan anderen met het oog op prostitutie, kinderporno, uitbuiting van armoede, economische uitbuiting of transplantatie van organen strafbaar. Het is ook illegaal om verhandelde mensen te dwingen om misdaden te plegen. Mensen die veroordeeld worden wegens het schenden van de wetten op de mensenhandel, kunnen één of vijf jaar celstraf krijgen en kunnen een boete opgelegd krijgen van 2.750 tot 275.000 euro. Recidives, georganiseerde misdaden en misdaden die in verzwarende omstandigheden werden gepleegd, kunnen nog zwaarder worden bestraft. Als de dader tot een misdaadorganisatie behoort of als de mensenhandel leidt tot doodslag, kan hij 15 tot 20 jaar worden opgesloten en tot een boete tussen 5.500 en 825.000 euro worden veroordeeld.
Het Belgische beleid op het vlak van de mensenhandel wordt door een interdepartementele coördinatie-eenheid ter bestrijding van de mensenhandel en smokkel geïmplementeerd. Die eenheid wordt door de minister van justitie voorgezeten. De uitvoerende raad van het orgaan bestaat uit vertegenwoordigers van de afdeling misdaadbestrijding van het ministerie van justitie, het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding, de immigratiediensten, de federale politie, de staatsveiligheid en de ministeries van sociaal welzijn en werkgelegenheid.
In 2007 behandelden de openbare aanklagers 418 zaken van mensenhandel, waaronder 219 zaken van economische exploitatie en 168 gevallen van seksuele uitbuiting. De federale gerechtelijke politie behandelde 196 dossiers van mensenhandel, tegenover 184 in 2006. In 2007 arresteerde de politie 342 mensen wegens misdaden die verband hielden met de mensensmokkel en de mensenhandel.
De wetgeving van het land ligt op één lijn met de gangbare richtlijnen van de Europese Unie, en dan met name wat de toekenning van een woonplaats betreft voor slachtoffers van mensenhandel die met de overheden samenwerken. Het gangbare beschermingssysteem heeft de kracht van wet en geldt ook voor minderjarigen zonder begeleiding en andere categorieën van kwetsbare slachtoffers.
In de loop van het jaar lanceerde de regering een nieuw actieplan ter bestrijding van de mensenhandel en de mensensmokkel. Het plan is gericht op een betere uitwisseling van gegevens tussen ordediensten, een doeltreffender strijd tegen kinderporno en de opsporing van mensen die slachtoffers van de mensenhandel uitbuiten.
Slachtoffers krijgen hierdoor 45 dagen de tijd om te beslissen of ze willen helpen in het onderzoek naar hun mensenhandelaars. Ze kunnen daarbij in aanmerking komen voor een hernieuwbare verblijfsvergunning voor drie maanden of een vergunning voor zes maanden - afhankelijk van de stand van het gerechtelijke onderzoek. Slachtoffers kunnen uiteindelijk een permanente verblijfsvergunning ontvangen wanneer hun mensenhandelaars worden veroordeeld. Voor minderjarigen zonder begeleiding en slachtoffers die een klacht willen indienen, geldt de periode van 45 dagen niet. Zij kunnen onmiddellijk een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning voor drie maanden.
De regering bleef drie gespecialiseerde centra voor opvang van slachtoffers van mensenhandel subsidiëren en de ngo’s bleven melding maken van een uitstekende samenwerking en coördinatie met de instellingen die verantwoordelijk zijn voor de ordehandhaving. De opvangcentra registreerden in 2007 619 slachtoffers. De drie centra stelden een aanzienlijke stijging vast in het aantal slachtoffers van economische uitbuiting.
Mensen met een handicap
De wet voorziet in de bescherming van mensen met een fysieke en mentale handicap tegen discriminatie op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en met betrekking tot de toegang tot de gezondheidszorg en de verlening van andere diensten door de overheid. Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding meldde dat 30% van alle klachten betrekking had op de discriminatie van mensen met een handicap. De meesten hadden betrekking op huisvesting, openbaar vervoer, openbare nutsbedrijven en de toegang tot banken, bars en restaurants. Hoewel de regering heeft beslist dat openbare gebouwen die na 1970 werden opgetrokken, toegankelijk moeten zijn voor deze mensen, waren veel oudere gebouwen nog altijd niet toegankelijk voor deze doelgroep.
Nationale/raciale/etnische minderheden
Gemeenschappen van immigranten klaagden over discriminatie. Leden van de moslimgemeenschap, die naar schatting 450.000 leden telt en die voornamelijk bestaat uit mensen van Marokkaanse en Turkse herkomst, beweerden dat hun gemeenschap - en dan voornamelijk in het onderwijs en op de arbeidsmarkt en vooral jonge mannen - meer werd gediscrimineerd dan andere gemeenschappen van immigranten. In 2007 behandelde het CGKR, dat klachten van discriminatie, racisme en aanzetten tot haat onderzoekt, 2.917 klachten over discriminatie en racisme.–Dit was 77% meer dan het jaar voordien. Deze sterke stijging was gedeeltelijk toe te schrijven aan het feit dat het publiek tegenwoordig beter op de hoogte is van de manier waarop het CGKR de klachten behandelt. De meeste klachten hadden betrekking op ras en fysieke handicaps. In tegenstelling tot vorige jaren werd een stijging met 12,5% genoteerd van de klachten over discriminatie om religieuze en filosofische redenen. Het CGKR noteerde ook een aanzienlijke stijging van het aantal klachten over racisme in de media, in propagandamateriaal en in mailberichten en blogs op het internet.
In tegenstelling tot het jaar voordien waren er geen etnische botsingen meer tussen immigrantengroepen die in Brussel leefden.
Het Centrum noteerde ook gevallen van discriminatie op de arbeidsmarkt, op het vlak van de huisvesting en de toegang tot restaurants. Daarnaast stelde het een toename van racistische uitingen op het internet en in mailberichten vast.
Twee procent van alle geregistreerde klachten leidde tot een proces dat door het CGKR werd aangespannen. De rechtbanken veroordeelden een aantal overtreders die hadden aangespoord tot rassenhaat, kwetsende uitlatingen hadden gedaan, de Holocaust hadden ontkend en geweld hadden gebruikt tegen asielzoekers. De rechters veroordeelden werkgevers die bij de aanwerving van personeel kandidaten discrimineerden op basis van hun ras of fysieke kenmerken. Verhuurders van woningen werden veroordeeld wegens discriminatie tegen buitenlanders en mensen met een handicap.
Gegevens van het ministerie van justitie toonden aan dat slechts 2 tot 5% van alle gevallen van racisme en discriminatie die in 2007 door de rechtbanken van eerste aanleg werden behandeld, tot veroordelingen of uitspraken leidden.
Andere maatschappelijke misbruiken en discriminatie
Vijf procent van de klachten die door het CGKR werden geregistreerd, had betrekking op discriminatie op basis van seksuele geaardheid.
In zijn jaarverslag over 2007 noteerde het CGKR een stijging van het aantal discriminatiegevallen op basis van gezondheid of medische toestand – inclusief discriminatie tegen mensen met HIV/AIDS en filosofische instelling (een Belgisch juridisch concept dat verwijst naar religieuze, spirituele of filosofische overtuiging of het gebrek daaraan) en leeftijd.
Op 10 juli oordeelde het Europese Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen dat een fabrikant van automatische garagedeuren had gediscrimineerd toen hij weigerde een Marokkaanse kandidaat aan te werven en daarvoor aanvoerde dat zijn klanten bezwaar zouden hebben tegen het feit dat een Marokkaanse arbeider in hun woning zou werken. De zaak werd naar de arbeidsrechtbank doorverwezen, waar een uitspraak onder de antidiscriminatiewet zou volgen.
Deel 6 Rechten van werknemers
a. Recht van vereniging
De wet laat werknemers toe om onafhankelijke vakbonden van hun keuze op te richten en er lid van te worden. De werknemers maakten in de praktijk gebruik van dat recht. Ongeveer 58% van de werknemers was lid van een vakbond. De wet laat vakbonden toe om hun activiteiten ongestoord uit te voeren. De regering beschermde dit recht in de praktijk. De wet voorziet in het recht om te staken en de werknemers maakten gebruik van dit recht.
b. Recht om zich te organiseren en collectief te onderhandelen
Het recht om collectief te onderhandelen wordt erkend. En de regering beschermde dit recht ook. Er werden geen gevallen gemeld van discriminatie tegen vakbonden.
Er zijn geen exportverwerkingszones.
c. Verbod op dwangarbeid of verplichte arbeid
De wet verbiedt dwangarbeid of verplichte arbeid - ook voor kinderen. Toch waren er meldingen over dit soort praktijken. De politie en de rechtbanken baseerden zich op de wetgeving ter bestrijding van de mensenhandel om economische uitbuiting aan te pakken.
d. Verbod op kinderarbeid en minimumleeftijd voor tewerkstelling
De wet en het beleid beschermen in de meeste gevallen kinderen tegen uitbuiting op de werkplaats. De minimumleeftijd voor tewerkstelling is 15 jaar. Jongeren tussen 15 en 18 jaar kunnen parttime werken tijdens het schooljaar en fulltime tijdens de schoolvakantieperiodes. Het ministerie van werkgelegenheid voorziet regels voor sectoren die jongere werknemers aan het werk zetten en ziet erop toe dat de arbeidswetgeving wordt gerespecteerd.
e. Aanvaardbare arbeidsomstandigheden
Het nationale minimale maandloon voor werknemers van 21 jaar bedroeg in 2007 1.387,5 euro en steeg tot 1.440,7 euro voor werknemers van 22 jaar met één jaar dienst. In combinatie met de uitgebreide sociale voordelen vormde dit de basis van een behoorlijke levensstandaard voor een werknemer en zijn gezin.
De standaard werkdag is acht uur lang; de standaard werkweek telt 38 uur. Van deze normen kan worden afgeweken in het kader van een collectieve onderhandelde overeenkomst, maar de arbeidstijd mag niet meer bedragen dan 11 uur per dag en 50 uur per week. Tussen twee werkperiodes moet een rustperiode van 11 uur worden voorzien.
Overuren worden van maandag tot zaterdag tegen een tarief van 150% vergoed; op zondag wordt een dubbel tarief gehanteerd. Het ministerie van werkgelegenheid en de arbeidsrechtbanken zagen op een doeltreffende manier toe op de naleving van die wetten en regels.
Werknemers hebben het recht om situaties te verlaten waarin hun veiligheid of gezondheid in gevaar komt, zonder dat hun baan daardoor in het gedrang komt. Werknemers maakten in de praktijk gebruik van dit recht. De Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg zag in de meeste gevallen op een doeltreffende manier toe op de naleving van de reglementen.


